skip to content

A - FORD 1927 - 1932

Na 19 jaar T-Ford werd in 1927 de A-Ford in productie genomen.

Na de Eerste Wereldoorlog brak voor de Verenigde Staten een periode aan van hoge welvaart. In Amerika begon de consumptie-maatschappij; de verkoop was afgestemd op een zo groot mogelijk verbruik, niet op de behoefte. Het systeem van afbetaling werd ingevoerd, zodat de mensen zich nu dingen konden veroorloven zonder er eerst jaren-lang voor te hebben gespaard. Dat gold met name voor luxe-zaken zoals auto's. In deze tijd vond een concentratie plaats van de grootste autofabrieken. Ford kreeg dan ook twee andere concerns tegenover zich: General Motors en Chrysler. Het succesvolle model "T" was volledig verouderd.

Uit concurrentie-overwegingen moest een opvolger voor de T-Ford worden ontwikkeld. Ford sloot de hele fabriek om een half jaar later zijn geluk te beproeven met een volledig nieuw model. Dit werd de A-Ford in 1927. Aan het model uit 1903 was al eerder de naam "A" gegeven. Ford begon dus aan zijn tweede alfabet. Om dit nieuwe model A uit te brengen, moesten er 4.500 werktuig-machines worden omgebouwd of ingeruild. De 1.075 kg. wegende A-Ford was een volledige breuk met zijn voorganger. Hij was vernieuwend en modern. Om te beginnen was de motor een geheel nieuw ontwikkelde vier-cylinder. De drieversnellingsbak en de remmen op alle vier de draadspaakwielen waren eveneens nieuw. Twee motoren waren leverbaar; één met 2.023 cc en één met 3.285 cc. Net als de T-Ford was de A-Ford sterk en betrouwbaar. Een topsnelheid van ca. 85 km. per uur en een acceleratie van 0 - 80 km p/u in 17 seconden waren prestaties die alleen bij duurdere concurrenten te vinden waren.

Ford heroverde met de A-Ford in Amerika weer de eerste plaats door meer auto's te verkopen dan de belangrijkste concurrent Chevrolet.

De A-Fords werden ook in Europa gemaakt. De prijs lag rond de hfl. 2.000,00. De autofabricage stimuleerde andere industrieën; er was staal nodig, rubber en glas; er moesten wegen worden aangelegd; er moesten benzinestations worden gebouwd; er kwamen wegrestaurants.

Dat alles betekende werk en dus inkomens voor miljoenen mensen. In vele Amerikaans huishoudens stond een telefoon en een radiotoestel. De Amerikaanse huisvrouw had allerlei moderne apparatuur zoals stofzuiger, strijkijzer, koelkast, wasmachine en electrisch fornuis. In de jaren '20 gebruikten de Amerikanen de helft van de electriciteit die er op de wereld werd geproduceerd. Bij de consument werden steeds nieuwe behoeftes gewekt en het werd de Amerikanen heel gemakkelijk gemaakt om nieuwe spullen te kopen: " LIVE NOW AND PAY LATER", was het motto.

In 1931 werd de 20 miljoenste Ford geproduceerd.

Tot 1932 werden alleen al in Amerika meer dan 4.800.000 A-Fords gebouwd. In 1929 bracht de grote concurrent, General Motors, een nieuwe Chevrolet met een 6 cylinder in lijn op de markt, in dezelfde prijsklasse.

Het model A kon hier niet tegenop en ging in het 5e productiejaar (1932) ten onder.

 (Zie de films over Henry Ford in de video-zaal)

In hal 1 vindt U het vervolg op de A-Ford, n.l. de B-Ford met 4-cylinder motor en de nieuwe V-8 motor.

Coded with validXHTML, CSS and tested for WCAG Priority 2 Conformance.