ROARING TWENTIES EN DE DROOGLEGGING
Na de burgeroorlog (1861 - 1865) begon Amerika in hoog tempo te industrialiseren. Grondstoffen waren er volop en werkkrachten ook. Alleen al tussen 1880 en 1914 kwamen er 16 miljoen immigranten de Verenigde Staten binnen. Amerika werd het land waar alles kon, waar de industrie voor een massa werk en een massa consumptiegoederen zorgde. Het sterkte de Amerikanen in hun overtuiging dat ze een uitverkoren land bewoonden, dat ze beter waren dan de rest van de wereld. Waar vond je zoveel welvaart, waar zulke moderne grote steden met wolkenkrabbers ? Het eigenaardige is - of misschien is het wel niet zo eigenaardig - dat de Amerikanen zo twee-slachtig reageerden op de industrialisatie en de ver-stedelijking die daar een gevolg van was.
Aan de ene kant genoten ze volop van het leven. In de bioscopen zwijmelden ze bij het zien van de Hollywoodsterren als Rudolph Valentino en Clare Bowe. In dansgelegenheden huppelden ze vrolijk op de maat van de charleston.
De roaring twenties waren een mooie tijd voor de Amerikanen die geld hadden; en dat waren er veel. Amerika werd het land van de massacultuur. Met mensen die zich massaal op de kruiswoordpuzzel stortten, of die zich vermaakten met bridge. Men wilde lezen en horen over de schandalen uit Hollywood, of de misdaden van de gangsters als Al Capone.
Aan de andere kant reageerden veel Amerikanen heel conservatief op de nieuwe, moderne maatschappij waarin ze leefden. Zo werd bijvoorbeeld de mogelijkheid tot immigratie beperkt. De Klu Klux Klan bloeide op.
Een derde voorbeeld is het feit dat de Amerikanen volop genoten van het uitgaansleven.
Het was de conservatieve congresleden een doorn in het oog dat daarbij zoveel werd geschonken en gedronken.
Onder de regeringsperiode van president Wilson, dienden de conservatieven een amendement in, waaruit voortvloeide dat in 1919 Amerika werd drooggelegd.
Dat wil zeggen dat er een verbod kwam op het fabriceren van en handelen in alcoholische dranken. Dat leidde niet tot een verminderd alcoholgebruik, want er waren genoeg clandestiene saloons waar je whisky in een theekopje geserveerd kreeg.
Het stimuleerde wél de criminaliteit, want er ontstonden misdaadorganisaties die goud verdienden aan de handel in drank.
Een sterk voorbeeld hiervan is absoluut Al Capone (1899 - 1947).
Hij was één van de machtigste gangsters uit de Amerikaanse geschiedenis, van Italiaanse komaf
en bijgenaamd 'Scarface', vanwege een litteken dat hij had overgehouden aan een messteek in zijn linkerwang.
Van 1925 tot 1931 stond Capone aan het hoofd van de georganiseerde misdaad in Chicago en omgeving.
Hij is legendarisch geworden door zijn boeken en films. Nadat hij een aantal rechtszaken had gewonnen, waarin hij werd beschuldigd van moord, veroor-deelde een staatsjury Capone in 1931 op grond van belastingfraude, tot acht jaar gevangenisstraf.
Zijn misdaadorganisatie verwierf inkomsten uit illegale kansspelen, prostitutie, afpersing en bovenal uit dranksmokkel en illegale stokerijen.
Zijn grote tegenstander die hem geen moment uit het oog verloor was de FBI-agent Elliot Ness.
Al Capone overleed in 1947.
De drankdrooglegging werd in 1933 onder president Roosevelt opgeheven.


