T - FORD 1908 - 1927
Na het Model S uit 1908 werd in datzelfde jaar de T-Ford in produktie genomen.
![]()
De T-Ford, ook wel "TIN LIZZY" genoemd, in het Duits "BLECHLIESCHEN".
Gedurende deze periode zijn er wereldwijd 15.007.033 stuks gemaakt, zoals bijvoorbeeld in de Ford fabrieken van U.S.A., Canada, Duitsland, Engeland, Frankrijk, België, Denemarken, Italië, Spanje, Japan, Australië, Mexico, Brazilië en Argentinië. Hiermee zette Ford de wereld op wielen. In de jaren '20 was de helft van alle auto's op de wereld T-Ford modellen. Eén op de vijf Amerikanen bezat een auto. In Europa zou dit getal pas ver na de Tweede Wereldoorlog bereikt worden.
De eerste T-Ford kostte in 1908 US $ 850,-- en in 1909 US $ 950,--. Daarna is de T-Ford elk jaar goedkoper geworden.
In 1925 betaalde je nog maar US $ 290,--. Dit werd bereikt door ten eerste goedkopere materialen te gebruiken bij de productie, b.v. geperst staal in plaats van koper, ten tweede alle onderdelen te standaardiseren, ten derde steeds grotere aantallen te produceren. In 1913 paste Henry Ford n.l. als eerste de "lopende band" toe in de auto-industrie voor de productie van zijn T-Fords. Vanaf die tijd rolden er jaarlijks aanzienlijk meer T-Fords van de lopende band. In 1914 verdubbelde Ford daarom de daglonen van zijn arbeiders naar US $ 5,-- en voerde de 8-urige werkdag in. Iedereen wilde bij Ford werken. Er werd in 3-ploegendienst gewerkt.
Om tot massaproductie te komen, moest allereerst aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Eén van de belangrijkste hiervan was de mogelijkheid om bepaalde onderdelen in meerdere modellen universeel toe te kunnen passen.
Massaproductie maakte ook een eind aan de lakmethoden in de automobielindustrie. De traditionele verfsoorten voor het koetswerk droogden te langzaam. Het lakken van een auto nam altijd nog 10 dagen in beslag. Ford ontdekte, dat de enige lak die snel genoeg droogde om de productie niet te laten stagneren, een kleverige substantie was die BLACK JAPAN heette. Het was een mengsel van asfalt, kopal (een soort hars), lijnzaadolie en terpentine.
Ford maakte van de nood een deugd toen hij zei:
"DE T-FORD IS LEVERBAAR IN ELKE KLEUR, ZOLANG HET MAAR ZWART IS."
Uit deze beroemd geworden uitspraak zou kunnen worden afgeleid dat alle T-modellen zwart werden gespoten. Dat is echter niet zo. Tot januari 1914 (en na 1925), toen de verftechnieken eindelijk de lopende band konden bijbenen, was er keuze uit verschillende kleuren. In september 1916 werd de vierkante koperen radiateur vervangen door een grotere afgeronde radiateurkap, gemaakt van geperst staal.
1917 was een belangrijk jaar voor de Verenigde Staten: het land werd betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. De industrie schakelde over op oorlogsproductie en voor Ford betekende dit, dat de vrachtwagenproductie werd opgevoerd. 1917 was ook een belangrijk jaar voor Ford. Nu Henry Ford de massaproductie beheerste, zocht hij naar een weg om onafhankelijk te zijn van toeleveranciers. Ook de productie van alle onderdelen wilde hij in eigen hand zien te krijgen. Hiervoor ging Henry Ford op zoek naar een plaats voor de bouw van een totaal nieuw fabriekscomplex. Dat werd "The Rouge" genoemd, naar de gelijknamige rivier. Grondstoffen, zoals ijzererts, kwamen per boot aan en werden in eigen hoogovens verwerkt tot staal om vervolgens te worden bewerkt tot onderdelen. Ook de schepen die de erts vervoerden, waren eigendom van Ford.
De eerste 800 T-Fords hadden slechts twee pedalen en een hendel om achteruit te rijden.
Alle T-Fords die hierna volgden hebben 3 pedalen:
1. Linkerpedaal: ingetrapt is de 1e versnelling
losgelaten is de 2e versnelling
2. Middelste pedaal: ingetrapt is om achteruit te rijden
3. Rechterpedaal: is de rem
De gashendel (gasmanet) zit aan het stuur.
De topsnelheid van de T-Ford is ca. 65 km/u.
![]()


